Hoe super is superfood?

Hoe super is superfood?

Superfood is momenteel de meest populaire term en een hype op het gebied van gezonde voeding. Hoewel het eigenlijk slechts een marketingterm is en er geen formele definitie van superfood bestaat, verwijst de term naar voedsel dat super- of uitzonderlijk gezond is. Maar bestaat dat eigenlijk wel?

Wat is superfood?
Veelgenoemde superfoods zijn cacaobonen, goji bessen, tarwegras, hennepzaad, quinoa en chia zaden. Even leek het of de superfoods bij toeval allemaal exotisch en recentelijk ontdekt zijn (wat meer tot de verbeelding spreekt) maar ook gevestigde voedingsmiddelen zoals olijfolie, honing, knoflook, bosbessen, rode druiven, kokos, noten, haver en vette vis kunnen eronder vallen. Natuurlijk zijn er definities van superfood in de omloop maar geen enkele daarvan wordt officieel erkend. Superfoods zouden in elk geval veel voedingswaarde bevatten, het immuunsysteem versterken, vrije radicalen (schadelijke zuurstofdeeltjes) afvangen, het risico van kanker verminderen, hart- en vaatziekten helpen voorkomen, meer energie geven en de stofwisseling verbeteren. Maar als je je verdiept in natuurlijke voedingsmiddelen is het moeilijk om er eentje te vinden die niet over minstens een van deze gezonde eigenschappen beschikt!
Hoewel je op internet kunt lezen dat slechts 10% van de Nederlanders gelooft in superfoods, verkopen ze beter dan ooit en zijn er tegenwoordig zelfs in de gewone supermarkten aparte schappen te vinden met superfoods. Superfoods worden vooral door relatief hoger opgeleiden met een hoger inkomen gekocht, gedreven door een bovengemiddelde interesse in gezonde voeding. Het idee dat superfoods door middel van hoge concentraties van gezonde voedingstoffen veroudering tegengaan, doen afslanken en meer energie geven, klinkt ongetwijfeld een stuk aantrekkelijker dan dat van minder eten en meer gaan bewegen.

Hoe superfood kon ontstaan
Het concept van superfood – wat je daar ook toe rekent – verschilt in essentie niet van de gezonde voeding die het Voedingscentrum of een boek als De Voedselzandloper promoten. Beiden gaan ervan uit dat er universeel gezonde voeding bestaat en dat gezondheid een intrinsieke eigenschap van een voedingsmiddel is. Hierdoor kan een willekeurig voedingsmiddel gezonder of minder gezond zijn dan een ander voedingsmiddel, wat de deur heeft geopend voor voedingsmiddelen die supergezond zijn. Deze benadering noem ik de input-benadering omdat de gezondheidswaarde zogenaamd in de input zit, of datgene wat je in je mond stopt. Dit betekent dat los van het effect van een voedingsmiddel op de persoon, een voedingsmiddel hoe dan ook gezond kan zijn. Dus als je van een appel pijn in je buik krijgt, is de appel nog steeds gezond en ligt het aan jou.

Appels en peren
Nu bezitten voedingsmiddelen in absolute zin zeker een bepaalde gezondheidswaarde en mogen we best zeggen dat jus d’orange gezonder is dan cola en een appel gezonder dan patat. Maar dit betekent niet dat we natuurlijke voedingsmiddelen ook zo met elkaar kunnen vergelijken. Daarmee bedoel ik voedingsmiddelen zoals die in de natuur tot stand komen en daar direct van afgeleid zijn, zoals melk en kaas. De samenstelling van deze voedingsmiddelen is per definitie natuurlijk en zo complex dat het onzinnig is om te beweren dat een appel gezonder is dan een peer, of kaas gezonder dan brood. Het is letterlijk appels met peren vergelijken. Want als geitenmelk gezonder is dan koeienmelk, is een geit dan van nature beter dan een koe? De denkfout ontstaat door van sterk geïndustrialiseerde en bewerkte koeienmelk uit te gaan in plaats van melk die zo uit de koe komt, maar als je geitenmelk op dezelfde manier behandelt wordt het net zo gezond of ongezond. En als we tientallen jaren net zo veel havermout gaan consumeren als tarwe in de afgelopen decennia, worden de voedingswaarde en het percentage zetmeel van de haverkorrel vanzelf zoals die van de huidige tarwekorrel.

Van input naar output
De inputbenadering gaat ervan uit dat de gezondheidswaarde van een voedingsmiddel alleen door de samenstelling van het voedingsmiddel wordt bepaald. De rol van het lichaam waarin het voedingsmiddel terecht komt, wordt geheel buiten beschouwing gelaten. Een voedingsmiddel moet echter worden verteerd door onze spijsvertering en omgezet in voedingsstoffen door onze stofwisseling voordat we het kunnen gebruiken. De mate waarin we dit kunnen verschilt per voedingsmiddel per persoon omdat we genetisch allemaal anders zijn. Net als dat we er met zijn 7 miljarden aan de buitenkant allemaal anders uitzien, is dat aan de binnenkant ook het geval. En zo kun jij van een appel even verzadigd zijn en energie krijgen, terwijl ik na het eten ervan pijn in mijn buik krijg en er even later van inzak. Of een voedingsmiddel gezond is, wordt dus niet alleen bepaald door de samenstelling ervan of input maar ook door de reacties of ‘output’ die het voedingsmiddel bij iemand veroorzaakt.
Zelfs als zou worden aangetoond dat superfoods hogere concentraties van bepaalde voedingsstoffen bevat (wat tot nu toe met weinig succes is geprobeerd), dan wil dat dus niet zeggen dat die voedingstoffen ook daadwerkelijk door je lichaam kunnen worden benut. Bovendien bestaan er allang ‘voedingsmiddelen’ die veel hogere concentraties van dezelfde voedingsstoffen bevatten, een hoop minder calorieën bevatten en volledig biologisch verkrijgbaar zijn: voedingsupplementen! Voor de opkomst van superfoods waren voedingssupplementen jarenlang minstens even populair en schoten de vitaminenwinkels als paddestoelen uit de grond. Met dat verschil dat voedingssupplementen gebaseerd zijn op orthomoleculaire voeding, dat wel wetenschappelijk onderbouwd is.

Daarom zou ik een nieuwe definitie van superfood willen voorstellen: superfood is food waar je je super van gaat voelen. En dat betekent: je spijsvertering verloopt probleemloos, je bent verzadigd en je voelt je urenlang energiek.

Door: Xavier Martins Dias - eigenaar Akademia en drs. Inspanningsfysiologie en Gezondheidkunde m.b.t. Bewegen